Nederland heeft nog geen uniforme en merkonafhankelijke opleiding voor programmeurs en bedieners van lasrobots. Bedrijven die met lasrobots werken, leiden hun personeel vaak intern op, waarbij gebruik wordt gemaakt van de ervaring en kennis van collega’s en leveranciers. Op zich nuttig, maar de markt heeft meer nodig, zo blijkt uit de vele vragen die er zijn op het gebied van het lassen met robots. In Oost-Nederland werken bedrijven en opleidingsinstellingen samen aan de ontwikkeling van lesstof voor het opleiden van lasrobotprogrammeurs.

Fieldlab en Living Lab

Fieldlabs zijn praktijkomgevingen waarin bedrijven en kennisinstellingen doelgericht Smart Industry oplossingen ontwikkelen, testen en implementeren. Het Fieldlab Smart Welding Factory  is een initiatief van diverse bedrijven uit de lassende industrie en onderwijsinstellingen in Oost-Nederland. Hier worden, naast de ontwikkeling van lesstof voor robotprogrammeurs, ook technologieën ontwikkeld om de productie met lasrobots te optimaliseren. De lesstof voor lasrobotprogrammeurs wordt ontwikkeld in samenwerking metAT Techniekopleidingen, ROC van Twente en SMEOT. Om het Fieldlab Smart Welding Factory aan te laten sluiten op de zogeheten ´Regionale aanvliegroute voor aansluiting bedrijfsleven en scholen´ wordt op verzoek van de brancheverenigingen, scholingsfondsen en bedrijfsleven het Fieldlab uitgebreid d.m.v. het opzetten van diverse zgn. Living Labs.. Dit zijn roc’s en vakscholen of hbo´s  in de regio die faciliteiten zoals lasrobots en docenten beschikbaar stellen om de ontwikkelde kennis en lesstof  te verspreiden. Op dit moment bestaat het  Fieldlab uit 11 partners waarvan de drie eerder genoemde onderwijsinstellingen de eerste Living Labs zijn.

Lesmateriaal

Het ontwikkelde lesmateriaal voldoet aan de minimale vereisen van de IIW (International Institute of Welding). De opleiding bestaat uit 2 niveaus van elk 7 modules, waarin de volgende onderwerpen aan bod komen:

  • Basis van het gemechaniseerd, orbitaal, en robotlassen
  • Automatiseringsniveaus bij het lassen
  • Lasrobotsystemen en programmering
  • Ontwerp en economische aspecten bij het robotlassen
  • Construeren voor robotlassen
  • Praktijkvoorbeelden
  • Praktijkoefeningen

De lesstof wordt  ontwikkeld in een combinatie van theorie (via e-learning) en praktijk.

Pilot

Om lasrobotprogrammeurs op te kunnen leiden zijn er naast het lesmateriaal ook goed opgeleide docenten en erkende scholen nodig.

Op 8 maart jl. is om die reden een pilot gestart waarin vijf docenten van de drie Living Labs tot lasrobotprogrammeur opgeleid worden. Doel van deze pilot is om de docenten op te leiden tot robotprogrammeur en tegelijkertijd de ontwikkelde lesstof te optimaliseren. De kennis die gezamenlijk ontwikkeld wordt zal uiteindelijk moeten leiden tot kwalitatief hoogwaardige lesstof en een werkmethode die geschikt is voor implementatie bij diverse andere, nog op te richten  regionale Living Labs. Ook worden in deze pilot de onderwijsinstellingen begeleid en voorbereid op het behalen van een erkenning als opleidingsinstelling (ATB,  Approved Training Body).

Erkende diploma’s en opleidingsinstellingen

Het NIL draagt zorg voor een duidelijke structuur die nodig is voor diplomering van de lasrobotprogrammeurs en erkenning van de opleidingsinstellingen, de ATB’s. Voordat dit gedaan kan worden zal eerst de IIW-scope van het NIL uitgebreid worden. Deze structuur zal in eerste instantie gebruikt worden om diplomering en erkenning van dit Oost-Nederlandse initiatief te regelen. Vervolgens staat deze structuur open voor alle Nederlandse opleiders die geïnteresseerd zijn in het opleiden van lasrobotprogrammeurs.

Toekomstig ontwikkelingen

Deze opleiding lasrobotprogrammeur die voorkomt uit de pilot wordt in de toekomst op drie manieren door de onderwijsinstellingen aangeboden:

  • Als deel van de BBL-4-opleiding Constructie-, & Plaattechnoloog. Afhankelijk van de ontwikkelingen zal dit deel naar verwachting 2018/2019 geïntroduceerd worden.
  • Als keuzedeel in het mbo. Afhankelijk van de ontwikkelingen zal dit naar verwachting 2018/2019 concreet kunnen worden aangeboden.
  • Als contractonderwijs op initiatief van werkgevers (deeltijd,- en avondonderwijs).

ROC van Twente,  AT Techniek opleidingen en SMEOT kunnen de opleiding na de pilot naar verwachting vanaf mei 2018 als contractonderwijs aanbieden.

Na de pilot en vanaf mei 2018 zal het LAC verdergaan met het opleiden van docenten van de diverse roc´s en vakscholen.

SMEOT, Rob Swennenhuis:

“We zien in Twente bij een groot aantal bedrijven dat robotisering op lasgebied zijn intrede doet. SMEOT vindt het belangrijk om kennis over lasrobottechnologie over te dragen aan jonge studenten en medewerkers van bedrijven. Wij nemen dan ook graag deel aan deze pilot om de aansluiting te verkrijgen en onze voorsprong te behouden, door technologie voor robotlassen in ons opleidingsaanbod mee te nemen.

ROC van Twente/Techwise, Bert Wessels:

“In de regio Twente zijn veel technologische ontwikkelingen gaande op het gebied van het nieuwe 5G-netwerk, sensortechniek, drones, robotica en mechatronica. Daartegenover staat dat er jaarlijks te weinig technisch mbo-gediplomeerde jongeren de arbeidsmarkt betreden. Techwise wil dat aantal laten groeien door excellent en vraaggestuurd mbo+ onderwijs aan te bieden. We nemen deel aan deze pilot om uiteindelijk de opleiding robotprogrammeur te integreren in het onderwijsaanbod van ROC van Twente.”  

 AT Techniekopleidngen Mike Broekhuizen:

“Al onze dagopleidingen zijn te volgen in de BOL- en BBL-variant, waarbij we samenwerken met 80 aangesloten lidbedrijven. Deze lidbedrijven beslissen mee over de inhoud van de dagopleidingen en wij sluiten daarmee aan op hun wensen. Lassen is een belangrijk onderdeel van onze bedrijfsopleidingen: handvaardigheidopleidingen, lastrainingen, lasserkwalificaties, lasmethodekwalificaties, EWCP-cursussen en dus ook het robotlassen, zowel online als offline.”

 “Bij veel van onze lidbedrijven is gerobotiseerd lassen niet meer weg te denken uit het productieproces. Maar we zien ook dat de kennis op het gebied van gerobotiseerd lassen vaak slechts bij een beperkt aantal medewerkers aanwezig is. Het rendement van een lasrobot staat hierdoor onder druk en de afhankelijkheid van deze medewerkers is te groot. Om hierin verandering aan te brengen is het voor ons noodzakelijk om onze eigen kennis te vergroten om deze kennis vervolgens over te kunnen brengen op leerlingen en medewerkers van bedrijven.”